De ”Waakhond”

De ”Waakhond”

Om toch een evenwichtig samenspel te kunnen waarborgen tussen de bewindvoerder en de ondernemer is het verstandig dat de ondernemer zich in de eerste fase van de surseance laat bijstaan door een eigen adviseur die tevens goed thuis is in bedrijfsmatige processen. Die eigen adviseur kan dan als “waakhond” worden ingezet tegen bewindvoerders die het accent teveel juridisch leggen en te weinig oog hebben voor het belang van de onderneming. Ook dient voorkomen te worden dat de bewindvoerder, bedoeld of onbedoeld, te snel de onderneming wil leiden naar een faillissement, omdat in die situatie de bewindvoerder het alleen voor het zeggen heeft, maar dan met de pet op van curator. In een faillissement speelt de ondernemer zelf geen rol meer en is alleen de curator verantwoordelijk.

Uit de praktijk blijkt dat met name bij veel familiebedrijven (DGA-ondernemingen) bewindvoerders benoemd kunnen worden die nauwelijks inzicht hebben in bedrijfsmatige processen, simpelweg omdat ze daar niet voor zijn opgeleid. Om die reden worden bij grote ondernemingen naast juristen ook financiële experts mede als bewindvoerder benoemd. Bij middelgrote ondernemingen, vaak familiebedrijven, volstaat de Rechtbank met het benoemen van een bewindvoerder die uitsluitend een juridische achtergrond heeft. Daardoor dient de ondernemer rekening te houden met het latente risico dat de bewindvoerder bij de uitvoering van zijn taak het juridisch aspect kan overaccentueren, hetgeen niet in het belang van de onderneming hoeft te zijn.

Een verstandige ondernemer kiest dan ook, voordat hij overgaat tot het aanvragen van een surseance, bij voorkeur een adviseur die ook een economische of bedrijfskundige achtergrond heeft. Daardoor is gewaarborgd dat de ondernemer goed tegenspel kan bieden in de samenwerking met de bewindvoerder gedurende de surseance.