Financiering surseance

Financiering surseance met een boedelkrediet

Ook al heeft de onderneming de eerste barrière kunnen nemen, de lopende inkomsten overstijgen de lopende uitgaven, dan nog is er geen garantie dat een surseance ook kan worden volgehouden. Onontbeerlijk voor een draaiende onderneming is het instandhouden van de financieringsfaciliteiten verstrekt door de bank. Vaak is het nodig om een boedelkrediet te verstrekken en niet alle banken wensen dat te doen.

Ook de bank zal dus overtuigd moeten worden van het nut van het verstrekken van een boedelkrediet en het continueren van de financieringsfaciliteiten. Voor de aanvraag van de surseance dient dan ook de bank gepolst te worden over haar medewerking wanneer de voorlopige surseance zal worden verleend. Regelmatig wordt de onderneming direct na het verzoek om een boedelkrediet onder gebracht bij bijzonder beheer.

Als blijkt dat de bank niet mee wenst te werken aan het verstrekken van een eventueel boedelkrediet, dan dient de ondernemer ernstig na te denken of het instrument van de surseance wel ingezet moet worden. Uit de praktijk blijkt dat banken vaak door de ondernemer pas na het verlenen van een voorlopige surseance, op de hoogte worden gebracht. Als de relatie al onder spanning staat komt die daarmede nog meer onder druk te staan.