GGZ-instelling Virenze failliet

De financiële druk op de ggz-sector nekt Virenze, dat zorg biedt aan tienduizend mensen. De bedrijfsvoering liet ook te wensen over.

Virenze, een instelling die tienduizend mensen behandelt wegens geestelijke gezondheidsklachten (ggz), is failliet. De banen van honderden werknemers staan op de tocht. Patiënten weten daardoor niet zeker of zij dezelfde behandelaar houden.

Lees meer op https://www.nrc.nl/nieuws/2017/12/19/ggz-instelling-virenze-failliet-gevolg-voor-patienten-ongewis-a1585603

Bedrijfsomvang
Werknemers (ten tijde van faillissement): 465
Omzet (voorlaatste boekjaar): 35 mln

Activiteiten onderneming volgens faillissementsverslag
Virenze is een instelling die ambulante geestelijke gezondheidszorg biedt aan kinderen en jeugdigen, volwassenen en ouderen binnen de specialistische en generalistische GGZ.

Oorzaak faillissement volgens faillissementsverslag
Op 4 december 2017 hebben de bestuurders van Virenze Algemeen Beheer BV en Virenze Riagg BV de Rechtbank Limburg, locatie Maastricht, verzocht om verlening van voorlopige surseance van betaling, welk verzoek bij beschikking van 5 december 2017 door de Rechtbank is verleend. Aanleiding van dit verzoek vormde – getuige het ingediende verzoekschrift – het over het boekjaar 2016 (onverwacht) geleden grote verlies. Met medewerking van de per mei 2017 aangestelde interim bestuurder waren intensieve pogingen ondernomen om door middel van een herstelplan weer (financieel) gezond te worden. Kort gezegd zou dit herstelplan gericht zijn op een strakkere aansturing van de organisatie, het terugbrengen van de overheadkosten en het verhogen van de productiviteit. Uitdrukkelijk werd de continuïteit van de zorgverlening daarbij centraal gesteld. Gebleken was echter dat voor de bekostiging van die benodigde maatregelen, waaronder een personele- en schuldensanering, aanvullende financiële middelen beschikbaar dienden te komen. In verband daarmee waren reeds met verschillende geïnteresseerde partijen intensieve onderhandelingsgesprekken gevoerd over een participatie of een overname die zou leiden tot kapitaalinbreng.
Ondanks het feit dat meerdere partijen geïnteresseerd bleken te zijn, zijn deze onderhandelingstrajecten toch voortijdig beëindigd. Dit kwam door de aanzienlijke omvang van de financiële middelen die nodig zouden zijn voor de sanering van de schulden en de bekostiging van de benodigde reorganisatie. Daarbij was de liquiditeitspositie van de Virenze Groep verder onder druk komen te staan, doordat een belangrijke zorgverzekeraar (VGZ) haar betalingsverplichtingen had opgeschort. Voorts was een aantal belangrijke centrumgemeenten gestopt met bevoorschotting van de jeugdzorg. Geheel tot slot had de huisbankier van de Virenze, Coöperatieve Rabobank U.A. (hierna: “Rabobank”), het rekening-courant krediet opgezegd. Rabobank had overigens een opeisingstermijn van het krediet van drie maanden in acht genomen. Nu de bestuurders van Virenze echter voorzagen dat zij hun opeisbare schulden niet konden voldoen, hebben zij gemeend surseance van betaling te moeten aanvragen om daarmee niet tot een acute stop van de activiteiten te komen. De omvang van de zorgactiviteiten van Virenze (circa 30 locaties in het land en ongeveer 10.000 patiënten) bracht immers mee dat acute staking van die verlening van zorg, de continuïteit daarvan aan de meest kwetsbare groep onmiddellijk in gevaar zou brengen. Duidelijk was immers dat, hoewel er andere zorgaanbieders zijn die vergelijkbare zorg verlenen in de diverse regio’s waarin Virenze ook actief was, hun (gezamenlijke) capaciteit (op korte termijn) onvoldoende zou zijn om de zorgverlening van Virenze volledig over te kunnen nemen. Een complicerende factor daarbij was op dat moment de aanstaande feestdagen en bijbehorende (officiële) vrije dagen.
Op de datum waarop de surséance werd verleend heeft de bewindvoerder direct gesproken met de bestuurder en interim-bestuurder alsook met de adviseurs van Virenze. Uit die gesprekken bleek de bewindvoerder dat liquide middelen voor nakoming van de toekomstige financiële verplichtingen van de twee in surséance verkerende vennootschappen niet intern beschikbaar waren. Het saldo van de bankrekening van Virenze bij de Rabobank bedroeg op dat moment circa € 2.500.000,- negatief. Daarnaast bleek dat er geen financiële middelen beschikbaar zouden komen ten gunste van Virenze vanuit haar bekende debiteuren omdat zij – zoals gezegd – hun betaling al enige tijd terug hadden opgeschort. Die opschorting hing samen met enerzijds de geruchtenstroom rondom Virenze dat een deconfiture aanstaande was en anderzijds stond dit in relatie tot het systeem van financiering van Virenze dat grotendeels op voorschotbasis geschiedde. Zorgverzekeraars en gemeenten zouden angstig zijn geworden dat zij onverhoopt teveel zouden hebben betaald, terwijl Virenze stil zou komen te vallen vanwege het daadwerkelijk intreden van een faillissement. De bewindvoerder heeft aansluitend samen met het bestuur een liquiditeitsbegroting opgesteld waaruit bleek welke liquide middelen noodzakelijk zouden zijn om de onderneming voort te zetten gedurende in eerste instantie de maand december 2017. Dat betrof een bedrag van afgerond € 1.200.000,-. Er zijn gesprekken op gang gebracht met de drie grootste afnemers van de zorg van Virenze, zijnde zorgverzekeraars CZ en VGZ enerzijds en de gemeente Maastricht als centrumvertegenwoordiger van de achttien Zuid-Limburgse gemeentes en tevens in haar hoedanigheid van woordvoerder (zonder beslissingsbevoegdheid) van de overige gemeenten – afnemers anderzijds. Deze gesprekken hebben uiteindelijk niet geleid tot het ter beschikking komen van liquide middelen ten behoeve van de in surséance verkerende vennootschappen. Dit ondanks het feit dat Virenze haar zorgprestaties nog steeds nakwam. De Rabobank was bereid om een boedelkrediet ter beschikking te stellen om in ieder geval de (dwang)crediteuren in eerste instantie te kunnen voldoen. Echter dit leidde niet tot een situatie op basis waarvan voortduren van de surséance gerechtvaardigd was. De bewindvoerder heeft derhalve tezamen met het bestuur op 17 december 2017 het verzoek aan de Rechtbank Limburg, locatie Maastricht, gericht om de voorlopig verleende surséance van betaling in te trekken onder het gelijktijdig uitspreken van de faillissementen van voormelde vennootschappen. Dit laatste vond op 18 december 2017 plaats.
Uit de door de curator nadien gevoerde overleggen met bestuurder de heer Kochen komen de volgende aanleidingen voor de financiële neergang van Virenze naar voren. Aangegeven wordt dat door de verschillende stelselherzieningen binnen de GGZ het verdienmodel van Virenze telkens aanpassing behoefde. Dit vroeg bovendien om een groot aanpassingsvermogen van het personeel omdat dit een directe uitwerking had op de administratieve processen en systemen binnen Virenze. De zogenaamde “backoffice” moest daar steeds direct op inspelen en reageren. In de aanloop naar de meest recente stelselherziening (de overgang van de financiering van de Jeugd GGZ van de zorgverzekeraars naar de gemeenten) hadden het bestuur en de RvC van Virenze de volgende strategie voor Virenze ontwikkeld. Het doel was om in de onderhandelingen met centrumgemeenten als volwaardige partij te worden aangemerkt, om zodoende binnen de jeugdhulpverlening contracten te kunnen (blijven) afdwingen bij deze centrumgemeenten. Het middel bestond eruit om een organisatie te worden die voldoende volume had. Dit bracht mee dat Virenze in het jaar 2015 Stichting Riagg Groep Maastricht overnam (hierna: “Riagg Maastricht”), waarbij op dat moment circa 160 werknemers in dienst waren. Al snel werd duidelijk dat de administratieve systemen van Riagg Maastricht onvoldoende aansloten op die van Virenze, waardoor het bestuur van Virenze onvoldoende zicht had op de productiviteit. Eerst in juni 2016 beschikte het bestuur van Virenze over deze volledige sturingsinformatie en bleek dat de productiviteit aanzienlijk achterliep. Duidelijk was dat de wijze van registratie van zorghandelingen tussen Virenze en Riagg Maastricht uiteen liep. Daar waar Virenze de daadwerkelijk bestede tijd noteerde, rondde het Riagg Maastricht af op zogenoemde bloktijden. Daarnaast was – naar zeggen van het bestuur van Virenze – bij het Riagg personeel in mindere mate sprake van bedrijfsmatig denken en handelen, hetgeen ten koste ging van de productiviteit, de rentabiliteit en dus ook van de winstgevendheid van Virenze. Bovendien speelde er eind 2016 een hoog ziekteverzuim, namelijk van 8%. In de jaren nadien heeft Virenze bovendien nog een groot aantal kleinere overnames gepleegd hetgeen, in combinatie met de grote overname van het Riagg Maastricht, naar zeggen van het bestuur uiteindelijk leidde tot verlies van grip op de onderneming. De combinatie van alle genoemde omstandigheden (de hoge personeelskosten, het hoge ziekteverzuim, het achterblijven van de productiviteit, het onvoldoende op elkaar kunnen afstemmen van de administratieve systemen, de afwezigheid van sturingsinformatie gedurende langere tijd, het niet kunnen bewerkstelligen van de cultuuromslag bij het Riagg personeel, de diverse stelselwijzigingen en de vele overnames) heeft uiteindelijk de financiële teruggang ingeleid. Een ander was ultimo 2017 dusdanig omvangrijk dat, ondanks de ingezette saneringsintenties, de surséance en aansluitend het faillissement onafwendbaar bleken.
Na het uitspreken van de faillissementen van Virenze Algemeen Beheer BV en Virenze Riagg BV heeft de curator onderzoek gedaan naar de financiële dwarsverbanden tussen de verschillende groepsvennootschappen die behoren tot de Virenze-Groep. Hieruit is gebleken dat alle vennootschappen behorende tot deze groep verkeerden in de staat van te zijn opgehouden te betalen en derhalve daarvan het faillissement moest worden aangevraagd. Daarnaast was bekend dat zij geen activiteiten (meer) verrichtten. In deze overige vennootschappen werden – kort gezegd – de volgende activiteiten ontplooid, c.q. waren opgericht c.q. aangekocht met het volgende achterliggende doel:
VOZ Rijckholt: deze vennootschap was enkel opgericht om het eigendom en de exploitatie van de hoofdvestiging van Virenze (Kasteel Rijckholt) te verzorgen.
Prima Virenze: aangezien zorgverzekeraar VGZ verlangde dat het contract betreffende de zogenaamde generalistische basiszorg werd aangegaan met een separate vennootschap, is deze vennootschap daarvoor opgericht. Oftewel, vanwege het faillissement van de belangrijkste werkmaatschappij van de Virenze-Groep waar het personeel in dienst was (zijnde Virenze Riagg BV), eindigde daarmee ook de activiteiten van Prima Virenze.
2Huis: dit betreft de ‘oorspronkelijke’ holdingvennootschap van de zogenaamde 2Huis-groep die in 2016 door de Virenze-groep werd overgenomen. Oftewel, deze vennootschap kende geen ondernemingsactiviteiten, doch vormde enkel een houdstervennootschap van de aandelen in drie dochtervennootschappen, zijnde VGG Zorg, De Wijkpsycholoog en Service Bedrijf Zorg.
VGG Zorg: in deze vennootschap waren de ‘oudere’ zorgcontracten van de specialistische zorg (zowel jeugd als volwassenen en ouderen) ondergebracht. De looptijd van deze zorgcontracten was reeds sedert enkele jaren verstreken en daarmee waren er ook geen activiteiten meer in deze vennootschap.
Service Bedrijf Zorg: deze vennootschap vormde de zogenaamde ‘back-office’ voor de vroegere activiteiten van VGG Zorg en De Wijkpsycholoog, alsook vormde zij een administratiekantoor voor andere zorgaanbieders. De activiteiten van deze vennootschappen waren echter enkele jaren terug overgegaan op Virenze Algemeen Beheer BV respectievelijk Virenze Riagg BV. Daarmee werd ook deze vennootschap Service Bedrijf Zorg inactief.
Bovendien was het de curator duidelijk dat bepaalde contracten die – gelet op de feitelijke dienstverlening – eigenlijk thuishoorden in Virenze Riagg BV of Virenze Algemeen Beheer BV, waren aangegaan met andere groepsvennootschappen. Aangezien de middelen niet meer voorhanden waren om die prestaties vanuit die andere vennootschappen te kunnen voldoen leverde dit in die vennootschappen acute financiële problemen op. Er bestonden zogenaamde ‘intercompany’ vorderingen op deze vennootschappen vanuit Virenze Riagg BV en/of Virenze Algemeen Beheer BV. Het was derhalve van belang – met het oog op de verdere afwikkeling van de faillissementen van Virenze Algemeen Beheer BV en Virenze Riagg BV – om ook deze andere groepsvennootschappen in staat van faillissement te laten verklaren. Op verzoek van de curator heeft dit voor VOZ Rijckholt BV, Prima Virenze BV en 2Huis BV plaatsgevonden bij vonnis van de Rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht d.d. 10 januari 2018. Vanwege de statutaire vestigingsplaats te Nijmegen van VGG Zorg BV en Servicebedrijf Zorg BV heeft de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen op verzoek van de curator bij vonnis van 10 januari 2018 deze faillissementen uitgesproken en zijn deze faillissementen ter verdere afhandeling overgedragen aan de Rechtbank Limburg.
Nadere onderzoeken naar de oorzaken van al deze faillissementen zullen in de komende verslagperiode worden geïntensiveerd.