Eisen kredietopzegging

Eisen rechtmatige kredietopzegging

Een inventarisatie van de rechtspraak over kredietopzeggingen leert het navolgende.

  • Aan de opzegging dient een rijpe besluitvorming vooraf te zijn gegaan.
  • Na deze rijpe besluitvorming behoord de bank niet over te gaan tot opzegging zonder in achtneming van een redelijke opzegtermijn, bij voorkeur een termijn waarbij de onderneming in beginsel in staat geacht moet worden vervangende financiering te verkrijgen, tenzij er zwaarwegende redenen bestaan om een kortere termijn in acht te nemen.

Voorts blijkt uit de rechtspraak dat bij de beoordeling van de opzegging door de bank de volgende factoren een rol spelen.

  • Heeft voorafgaande waarschuwing plaatsgevonden?
  • Welke termijn krijgt de onderneming om een andere huisbankier te zoeken?
  • Heeft de bank door eigen gedragingen, bijvoorbeeld door het toelaten van een structurele overschrijding van de kredietlimiet, verwachtingen gewekt?
  • Wat is de ernst van de toerekenbare tekortkoming van de onderneming?
  • Wat is de wijze waarop overleg is gevoerd met de onderneming en wat is de wijze van besluitvorming door de bank voorafgaand aan de opzegging geweest?

Een kredietopzegging komt nooit zo maar uit de lucht vallen!

Het is dan ook aan de ondernemer om tijdig signalen op te vangen die er op zouden kunnen wijzen dat de bank bezig is met het voorbereiden van een besluit om het krediet op te zeggen.

Als die signalen worden opgevangen, en volgens de rechtspraak is de bank verplicht die signalen uit te zenden, weet de onderneming exact hoe de vlag er bij staat.

Tijdig en adequaat actie ondernemen met bijvoorbeeld een overlevingsplan kan wellicht het tij doen keren.