Kredietopzegging door bank

Kredietovereenkomsten zijn opzegbaar. Op grond van de algemene bankvoorwaarden kan de bank in theorie iedere dag de kredietovereenkomst opzeggen. Uiteraard is de bank niet vrij dit naar willekeur te doen. Als de rechter oordeelt dat het besluit tot de opzegging in strijd is met de “redelijkheid en billijkheid” kan de bank verplicht worden het krediet voort te zetten onder de voorwaarden zoals deze waren overeengekomen.

Banken moeten hun kredietportefeuilles opschonen. Aandeelhouders, Wet- en regelgeving verplichten hen daartoe. Om die reden worden kredieten veel sneller dan voorheen naar Bijzonder Beheer overgeheveld. Aan Bijzonder Beheer de taak om de kredietopzegging voor te bereiden en te executeren. Met alle juridische instrumenten die zij voorhanden hebben. En met goed getraind personeel dat weet hoe zo’n klus geklaard moet worden.

Bij dit “scenario” kunnen ook adviseurs betrokken worden die de bank vooraf heeft geselecteerd. Niet op hun kennis en competenties, maar vooral op loyaliteit jegens de bank. Een oneerlijk gevecht als de onderneming dit “scenario” niet of te laat door heeft.

Vooral omdat een door de bank geselecteerde adviseur de ondernemer niet snel zal adviseren eventuele juridische stappen tegen de bank te ondernemen als dat voor het voortbestaan noodzakelijk wordt geacht. Zoals bijvoorbeeld tegen een onrechtmatige kredietopzegging of inperking.

Eisen rechtmatige kredietopzegging

Een inventarisatie van de rechtspraak over kredietopzegging leert het navolgende.

  • Aan de opzegging dient een rijpe besluitvorming vooraf te zijn gegaan.
  • Na deze rijpe besluitvorming behoord de bank niet over te gaan tot opzegging zonder in achtneming van een redelijke opzegtermijn, bij voorkeur een termijn waarbij de onderneming in beginsel in staat geacht moet worden vervangende financiering te verkrijgen, tenzij er zwaarwegende redenen bestaan om een kortere termijn in acht te nemen.

Voorts blijkt uit de rechtspraak dat bij de beoordeling van de opzegging door de bank de volgende factoren een rol spelen.

  • Heeft voorafgaande waarschuwing plaatsgevonden?
  • Welke termijn krijgt de onderneming om een andere huisbankier te zoeken?
  • Heeft de bank door eigen gedragingen, bijvoorbeeld door het toelaten van een structurele overschrijding van de kredietlimiet, verwachtingen gewekt?
  • Wat is de ernst van de toerekenbare tekortkoming van de onderneming?
  • Wat is de wijze waarop overleg is gevoerd met de onderneming en wat is de wijze van besluitvorming door de bank voorafgaand aan de opzegging geweest?

Een kredietopzegging komt nooit zo maar uit de lucht vallen!

Het is dan ook aan de ondernemer om tijdig signalen op te vangen die er op zouden kunnen wijzen dat de bank bezig is met het voorbereiden van een besluit om het krediet op te zeggen.

Als die signalen worden opgevangen, en volgens de rechtspraak is de bank verplicht die signalen uit te zenden, weet de onderneming exact hoe de vlag er bij staat.

Tijdig en adequaat actie ondernemen met bijvoorbeeld een overlevingsplan kan wellicht het tij doen keren.

Klacht indienen

Door de recent ingevoerde bankeed moet het klantbelang centraal staan bij de afdeling bijzonder beheer van de banken. Schending van de bankeed geeft de klant het recht op een klacht in te dienen tegen individuele bankmedewerkers. En een klacht werkt nooit positief uit op een toekomstige carrière van de betrokken bankier. En dat gegeven kan slim gebruikt worden in onderhandelingen die met bijzonder beheer gevoerd moeten worden. In het bijzonder als een kredietopzegging door de bank kenbaar wordt gemaakt.

Dreiging met een klacht is vaak al voldoende

Ervaring met bijzonder beheer leert iedere MKB’er dat er absoluut geen sprake is van gelijkwaardigheid van partijen. En al helemaal niet dat het klantbelang centraal staat. De verwachting is dan ook dat vooral bijzonder beheer door het ingevoerde tuchtrecht snel onder vuur zal komen te liggen wanneer kredieten worden ingeperkt of ingetrokken of andere ongunstige maatregelen voor de ondernemer worden getroffen. Aangeven dat een klacht zal worden ingediend tegen individuele bankmedewerkers die bij de besluitvorming zijn betrokken, kan dan wonderen doen en deze dreiging van een klacht zal een effectiever wapen blijken te zijn dan wachten met het indienen van een concrete klacht nadat het krediet al is ingetrokken.

Toetsing rechtmatigheid in kort geding

Als ultimum remedium kan de ondernemer te allen tijde de rechtmatigheid van de kredietopzegging in rechte laten toetsen. In verband met de spoedeisendheid van de zaak zal die toetsing door de rechter in kort geding moeten plaatsvinden. Uiteraard zal de ondernemer aan de hand van de hiervoor gegeven criteria de rechter duidelijk moeten maken dat de bank niet voldoet aan de eisen die worden gesteld aan een rechtsgeldige kredietopzegging.