De tijdrekker

De “tijdrekker”

De boobytrap de “tijdrekker” wordt toegepast wanneer de bank eigenlijk geen vertrouwen meer heeft in de onderneming en de ondernemer en de afdeling bijzonder beheer van de bank op juridische gronden nog niet kan overgaan tot een formele kredietopzegging. Vaak gaat deze situatie gepaard met een vaststelling door de bank dat haar zekerhedenportefeuille nog ontoereikend is om haar eigen schade te kunnen minimaliseren.

Onder deze omstandigheden is het uiterst moeilijk manoeuvreren voor een ondernemer. De bank communiceert met de ondernemer op een wijze dat de indruk wordt gewekt dat serieus nog wordt gekeken naar een herstel van de discontinuïteit, terwijl feitelijk de bank intern de beslissing al heeft genomen dat zij over zal gaan tot het opzeggen van de kredieten, waarbij zij de opzeggingsdatum intern variabel houdt. De account wordt nu uitsluitend juridisch bewaakt en cosmetisch wordt de indruk gewekt dat er ook nog een niet-juridische bewaking is en dat nog immer gezamenlijk getracht wordt om te komen tot herstel van de discontinuïteit.

De bank beoordeelt van dag tot dag de feitelijke situatie van de onderneming en haar eigen positie daarin. Feitelijk komt het erop neer dat de bank periodiek een berekening maakt waarin de executiewaarden van de activaposten van de onderneming, waarop zij zekerheidsrechten heeft, worden afgezet tegenover de schuldpositie van de bank. Bij die berekening is de variabele post debiteuren vaak de belangrijkste variabele. Die variabele kan de bank sturen door de frequentie op te voeren van de in te leveren pandlijsten met debiteuren door de ondernemer. In combinatie met het langzaam afbouwen van de kredietfaciliteiten wordt de onderneming, zonder dat de ondernemer dat door heeft steeds meer in een voor de bank gunstige positie gemanoeuvreerd.

Alerte ondernemers kunnen de “tijdrekker” vroegtijdig herkennen. De bank voert in een rap tempo de frequentie op van het inleveren van pandlijsten met debiteuren en eerst na fiattering van de bank worden betalingsopdrachten uitgevoerd.

De communicatie tussen de bank en de ondernemer wordt zakelijker en harder en juristen van de bank komen nadrukkelijker in beeld. Het kredietdossier wordt klaargestoomd voor de formele kredietopzegging. Ook probeert de bank in deze fase nog extra zekerheden te verkrijgen, waarbij het accent steeds meer op persoonlijke zekerheden wordt gelegd. De druk op de ondernemer wordt heel bewust opgevoerd. Ook zijn laatste financiële middelen moeten nog worden binnengehaald.