”Boobytraps” in relatiebeheer

”Boobytraps” in relatiebeheer

Helaas blijkt uit de praktijk dat gefailleerde ondernemers vaak achteraf tot de conclusie komen dat de bank onder omstandigheden van bijzonder beheer al vrij snel haar eigen koers is gaan varen, welke koers niet gericht is geweest op het voortbestaan van de onderneming, maar uitsluitend gericht is geweest op het beperken van de schade van de bank. Banken gebruiken daarvoor zogenaamde “boobytraps” in hun relatiebeheer. De belangrijkste relatiebeheer boobytraps zijn de navolgende.

Deze boobytraps in het relatiebeheer behoeven vanzelfsprekend niet aan de orde te zijn! Wel dient iedere ondernemer erop bedacht te zijn dat ze ingezet kunnen worden. Het is belangrijk dat ondernemers bij (dreigende) discontinuïteit deze “boobytraps” tijdig herkennen.

Bij (dreigende) discontinuïteit zijn problemen in het relatiebeheer alleen te vermijden wanneer de ondernemer in een zo vroeg mogelijk stadium met een overlevingsplan komt, waarin is uitgewerkt op welke wijze de situatie van discontinuïteit het snelst kan worden omgezet in continuïteit. Uiteraard dient de bank daarbij het vertrouwen te hebben dat het gemaakte overlevingsplan realistisch en uitvoerbaar is en niet is gebaseerd op “wishful thinking”.

De “botte bijl”

De “botte bijl” wordt gekenmerkt door een politiek van eigen belang van de bank, waarbij het doel de middelen heiligt. Deze boobytrap kent meerdere varianten, die allemaal op hetzelfde neerkomen. De bank gedraagt zich als “een olifant die in een porseleinkast tekeer gaat” en de ondernemer kan slechts passief toekijken naar de schade die de olifant veroorzaakt.

Deze boobytrap wordt toegepast wanneer de bank geen enkel vertrouwen meer heeft in de onderneming en de ondernemer, en de bank nog slechts uit is op het beperken van haar eigen schade, waarbij zij niet schroomt om – indien gewenst – zwaar geschut in stelling te brengen. Beslaglegging, het leeghalen van bedrijfspanden en toepassing van alle juridische uitwinninginstrumenten die de bank ten dienste staan. Het is in feite het begin van een formele kredietopzegging.

Uiteraard is de boobytrap de “botte bijl” het meest effectief wanneer vooraf geen enkele waarschuwing wordt gegeven voor het in stelling brengen van het zware geschut. Om die reden gaat deze boobytrap automatisch gepaard met veel commotie en opwinding!

Ondernemers die een “botte bijl” hebben meegemaakt vertrouwen vanaf dat moment geen enkele bank meer en het duurt vaak jaren om zo’n ervaring te verwerken.

Het ontstekingsmechanisme van deze boobytrap wordt ook wel aangeduid met de uitdrukking “de stekker is er door de bank uitgehaald”. Het licht gaat dus uit en de ondernemer kan hier verder weinig aan doen.

De “bedrijfstaksaneerder”

De “bedrijfstaksaneerder” is voor de ondernemer de meest verraderlijke boobytrap. De onderneming van de ondernemer en met name de gezonde onderdelen ervan worden aan een andere ondernemer, vaak in dezelfde branche, die ook klant is bij de bank, doorgespeeld.

Meestal is het een grotere onderneming waarvan de continuïteit eveneens ter discussie staat, die relatief gesproken financieel net iets gezonder is. Deze variant wordt met een duur woord “bedrijfstaksanering” genoemd. Het “matchen” van ondernemingen bij dezelfde bank waardoor de totale schade van de bank bij meerdere ondernemingen geminimaliseerd wordt.

Deze boobytrap komt met name voor wanneer de bank mismanagement als voornaamste oorzaak van de discontinuïteit ziet. De bank kiest dan bewust voor het laten overleven van die onderneming waar zij het meeste vertrouwen in het management heeft.

Vooral voor familiebedrijven (DGA-ondernemingen) is het van belang dat de “bedrijfstaksaneerder” tijdig wordt onderkend. Juist bij dit soort ondernemingen kan snel een conflictsituatie ontstaan tussen het belang van de ondernemer zelf en het belang van zijn onderneming.

Ook deze boobytrap kan effectief bestreden worden door het tijdig inzetten van een ervaren adviseur als “waakhond”.

De “tijdrekker”

De boobytrap de “tijdrekker” wordt toegepast wanneer de bank eigenlijk geen vertrouwen meer heeft in de onderneming en de ondernemer en de afdeling bijzonder beheer van de bank op juridische gronden nog niet kan overgaan tot een formele kredietopzegging. Vaak gaat deze situatie gepaard met een vaststelling door de bank dat haar zekerhedenportefeuille nog ontoereikend is om haar eigen schade te kunnen minimaliseren.

Onder deze omstandigheden is het uiterst moeilijk manoeuvreren voor een ondernemer. De bank communiceert met de ondernemer op een wijze dat de indruk wordt gewekt dat serieus nog wordt gekeken naar een herstel van de discontinuïteit, terwijl feitelijk de bank intern de beslissing al heeft genomen dat zij over zal gaan tot het opzeggen van de kredieten, waarbij zij de opzeggingsdatum intern variabel houdt. De account wordt nu uitsluitend juridisch bewaakt en cosmetisch wordt de indruk gewekt dat er ook nog een niet-juridische bewaking is en dat nog immer gezamenlijk getracht wordt om te komen tot herstel van de discontinuïteit.

De bank beoordeelt van dag tot dag de feitelijke situatie van de onderneming en haar eigen positie daarin. Feitelijk komt het erop neer dat de bank periodiek een berekening maakt waarin de executiewaarden van de activaposten van de onderneming, waarop zij zekerheidsrechten heeft, worden afgezet tegenover de schuldpositie van de bank. Bij die berekening is de variabele post debiteuren vaak de belangrijkste variabele. Die variabele kan de bank sturen door de frequentie op te voeren van de in te leveren pandlijsten met debiteuren door de ondernemer. In combinatie met het langzaam afbouwen van de kredietfaciliteiten wordt de onderneming, zonder dat de ondernemer dat door heeft steeds meer in een voor de bank gunstige positie gemanoeuvreerd.

Alerte ondernemers kunnen de “tijdrekker” vroegtijdig herkennen. De bank voert in een rap tempo de frequentie op van het inleveren van pandlijsten met debiteuren en eerst na fiattering van de bank worden betalingsopdrachten uitgevoerd.

De communicatie tussen de bank en de ondernemer wordt zakelijker en harder en juristen van de bank komen nadrukkelijker in beeld. Het kredietdossier wordt klaargestoomd voor de formele kredietopzegging. Ook probeert de bank in deze fase nog extra zekerheden te verkrijgen, waarbij het accent steeds meer op persoonlijke zekerheden wordt gelegd. De druk op de ondernemer wordt heel bewust opgevoerd. Ook zijn laatste financiële middelen moeten nog worden binnengehaald.

De “sluiptechniek”

Een variant van de “tijdrekker” is de “sluiptechniek”. Deze boobytrap houdt in dat het rekening-courantkrediet afhankelijk wordt gesteld van een relatief laag bevoorschottingspercentage op ingeleverde pandlijsten met debiteuren. De ondernemer werkt bij deze variant, zonder het zelf te weten, mee bij het aanhalen van de strop om z’n nek.

Hij merkt alleen dat de al aanwezige liquiditeitsproblemen steeds erger wordt terwijl zijn omzetten niet behoeven terug te lopen. Zelfs is het onder deze omstandigheden mogelijk dat de onderneming winst draait.

Wanneer de juridische bewaking van het kredietdossier het sein op groen zet voor de formele kredietopzegging, wordt de stekker eruit gehaald.

In combinatie met de boobytrap de “botte bijl” kan de onderneming naar een faillissement worden geleid.

Ook hier is het advies: stel een deskundige adviseur als “waakhond” aan, een crisismanager die het vertrouwen van de ondernemer heeft. Deze kan een faillissement van de ondernemer wellicht nog voorkomen door versneld een doorstart voor te bereiden.

De “pottenkijker”

De “pottenkijker” komt er in het kort gezegd op neer dat de bank de onderneming verplicht om een adviseur aan te stellen die het vertrouwen van de bank geniet. Vaak gebruikt de bank hiervoor een lijst met in aanmerking komende bureaus, waaruit door de ondernemer een keuze kan worden gemaakt. Ogenschijnlijk lijken hier de belangen van de onderneming en de bank met elkaar te sporen, maar dat behoeft geenszins het geval te zijn. Dit is met name niet aan de orde wanneer de crisismanager zich min of meer gaat gedragen als een “stille bewindvoerder” van de bank.

Wanneer een “pottenkijker” is aangesteld dienen ondernemers ervoor te waken dat “vertrouwelijke informatie” zonder meer bij de bank terechtkomt als het informatie betreft die vervolgens ook tegen de onderneming en de ondernemer door de bank gebruikt kan worden. Uit de praktijk blijkt dat op deze wijze vrij snel juridisch relevante informatie bij de bank kan worden aangeleverd, waardoor de bank over kan gaan tot een rechtmatige kredietopzegging.

Verstandige ondernemers laten de “pottenkijker” dan ook bewaken door een volstrekt onafhankelijke en deskundige adviseur die zij zelf aanstellen en waarin zij vertrouwen hebben. Als de “pottenkijker” problemen heeft met de aanstelling van de “waakhond” dan levert de “pottenkijker” daarmee zelf het bewijs van deze boobytrap. Ook als banken aangeven dat zij problemen hebben met de “waakhond” is deze boobytrap zichtbaar gemaakt, nog vóór het moment dat de boobytrap schade kan veroorzaken.

Combinatie boobytraps

Zijn bancaire boobytraps te combineren?

Bancaire boobytraps zijn effectiever wanneer ze stapsgewijs gecombineerd worden ingezet. Meerdere “draaiboeken” lopen dan door elkaar en dat maakt het voor ondernemers vaak moeilijk om de werkelijke bedoelingen van de bank transparant te krijgen.