Ondercuratelestelling

Is bijzonder beheer hetzelfde als ondercuratelestelling?

Uit de praktijk blijkt dat bijzonder beheer materieel inhoudt dat de onderneming feitelijk onder curatele is gesteld. De ondernemer heeft op z’n voorhoofd van de bank een onzichtbaar stempeltje gekregen met daarop vermeld “risicofactor!”. Soms wordt dat ook letterlijk tegen de ondernemer gezegd.

Ondernemers schrikken daarvan, omdat de vriendelijke aardige bank opeens “een wolf in schaapskleren” blijkt te zijn, waardoor door ondernemers soms gezegd wordt dat banken aardig zijn als zij jou nodig hebben terwijl ze je ergste vijanden zijn als jij de bank nodig hebt. Helaas zit daar een kern van waarheid in!

Bij een (dreigende) discontinuïteit van de onderneming kan de bank ook daadwerkelijk de ergste vijand van de onderneming zijn. Accountmanagers van bijzonder beheer worden op die eigenschappen ook geselecteerd. Kwalificaties als “botte honden” en “slagers” komen niet zomaar uit de lucht vallen. De ondernemer voelt zich door zijn eigen bank vaak belazerd, omdat in zijn belevingswereld hij er toch voor heeft gezorgd dat de bank gedurende jaren achtereen aardig heeft kunnen verdienen aan de kredieten en de ondernemer in de situatie van discontinuïteit daar iets voor terug wil zien. Hij komt echter bedrogen uit. De bank zal in de fase van bijzonder beheer weinig cadeautjes (meer) weggeven. Ergo: gegeven cadeautjes zal men zo snel mogelijk proberen terug te halen.

Vaak staat een bank een structurele overschrijding van kredietlimieten tijdenlang oogluikend toe en in een situatie van een (dreigende) discontinuïteit kan dat langdurig gedogen van de één op de andere dag weg zijn. Door dat gedrag van banken brengen zij de onderneming in één klap nog meer in de gevarenzone. Immers, de al aanwezige liquiditeitsproblemen wordt daardoor nog eens extra versterkt, waarbij banken niet schromen om de schuld volledig bij de ondernemer te leggen. Die had immers moeten voorkomen dat de onderneming zo afhankelijk zou worden van verstrekte kredieten. Daarbij wordt vergeten dat banken in een situatie van normaal beheer om hun rentemargebedrijf veilig te stellen soms ondernemingen zo ver overfinancieren dat zij zelf ook medeverantwoordelijk geacht mogen worden voor de ontstane discontinuïteit. Voorts hebben zij de ondernemer laten wennen aan het “verslavende middel” krediet en plotsklaps moet er “cold-turkey” worden afgekickt. Dat is vragen om moeilijkheden (zie ook kredietopzegging).

Naast “cold-turkey” afkicken kunnen banken ook gebruik maken van de “methadonmethode”. Stapsgewijs wordt de structurele overschrijding van de kredietlimieten afgebouwd, waarbij de toegestane kredietlimiet in overeenstemming moet zijn met een krap bevoorschottingspercentage op ingeleverde pandlijsten met debiteuren, waarbij de bank – en niet langer de ondernemer- bepaalt welke crediteuren wel en niet betaald zullen worden. Dit komt materieel overeen met een volledige ondercuratelestelling en het monddood maken van de ondernemer. De bank leidt de onderneming en de ondernemer is nog slechts volger.