Bestuurdersaansprakelijkheid WBF

Toelichting bestuurdersaansprakelijkheid WBF

Als een ondernemer bijna failliet is en toch nog verplichtingen aangaat die hij waarschijnlijk niet kan nakomen, dan kan de ondernemer ook onbehoorlijk bestuur verweten worden. In zo’n geval wordt hij privé aansprakelijk gesteld op grond van de WBF (Wet Bestuurdersaansprakelijkheid in geval van Faillissement). Om dit te voorkomen moet hij niet tegen beter weten in toch nog proberen de onderneming in leven te houden.

Aansprakelijkheid op grond van de WBF houdt in dat in geval van een faillissement van de vennootschap de bestuurder aansprakelijk is, indien het bestuur (één of meer van de bestuurders) zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is.

In beginsel is er een hoofdelijke aansprakelijkheid voor het volledige liquidatietekort, maar de rechter heeft een ruim matigingsrecht. De aansprakelijkheid bestaat slechts voor onbehoorlijke taakvervulling in de periode van drie jaren voorafgaande aan de faillietverklaring.

Wat is onbehoorlijk bestuur?

Enkele voorbeelden van onbehoorlijk bestuur zijn:

  • wanbeleid
  • het niet voeren van een behoorlijke boekhouding
  • het niet voldoen aan de verplichting tot tijdige deponering van de jaarrekening
  • het aangaan van verplichtingen namens de vennootschap wanneer vaststaat dat die verplichtingen niet meer door de vennootschap kunnen worden nagekomen
  • het onttrekken van zaken aan de vennootschap in het zicht van een faillissement
  • het leeghalen van de vennootschap en het overhevelen van activa naar een andere vennootschap die buiten het faillissement valt

Risico vermijden

Het onnodig overeind houden van niet meer levensvatbare ondernemingen draagt een groot risico in zich voor de bestuurder(s) van de vennootschap.

Bestuurders kunnen aansprakelijk gesteld worden voor het aangaan van verplichtingen namens de vennootschap wanneer vaststaat dat die verplichtingen niet meer door de vennootschap kunnen worden nagekomen.

Deze vorm van onbehoorlijk bestuur kan zich met name bij een acute dreiging van een faillissement voordoen.

Een bestuurder die gevrijwaard wenst te blijven van deze vorm van aansprakelijkheid doet er dan ook verstandig aan om de onderneming niet tegen beter weten in, in leven te houden.

Dit kan ertoe leiden dat de bestuurder verplicht wordt om zelf het faillissement van de vennootschap uit te lokken, na verkregen toestemming van de aandeelhoudersvergadering, wanneer de vennootschap niet meer in staat moet worden geacht om haar betalingsverplichtingen nog na te kunnen komen.